Wanneer 22° koud is & nagesynchroniseerde films normaal zijn

Het was koud. 22 graden en geen zon. Hier is dat koud. Ik realiseerde me dat ik nu écht geïntegreerd was hier in Brazilië. 22 graden zonder zon zou in Nederland gewoon “lekker” weer zijn. Wat was ik dus aan het zeuren? Ik besloot met Noah (mijn date van gisteren) naar de bioscoop te gaan. Eerst wat eten en daarna naar de film. We besloten naar de bioscoop in de Leblon shopping mall te gaan; “Shopping Leblon”. Waar de “rich and famous” van Rio de Janeiro zich graag lieten zien met hun in Europa en Verenigde Staten gekochte kleding, Louis Vuitton tassen (de vrouwen dan), grote zonnebrillen op en net-van-de-kapper-afkomstig geföhnde haar.  Ja, dat dus. Ik vind het desondanks een leuke plek op heen te gaan. In Maastricht (en overigens ook de rest van Nederland) hebben we dit soort shopping malls niet, alles is gewoon buiten op straat. Desondanks doet het me wel altijd denken alsof ik in Europa of de Verenigde Staten ben, want 99% van de mensen die er namelijk rondlopen is blank. Maar dan wordt ik meteen weer uit dat idee geholpen, want de overige 1% die donker is, is aan het werk. Aan het werk als beveiliger, schoonmaker of winkelpersoneel. Dit is zó niet het geval in Nederland en ik kan er maar niet aan wennen. Ik denk eerlijk gezegd ook niet dat ik dat moet doen willen, want dit is toch gewoon niet normaal?

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

We aten wat bij Ráscal, een buffet restaurant op de 4e verdieping. Wel een chique buffet restaurant trouwens want alle andere buffetten hier geven me acute diarree. Nee, dat is niet fijn kan ik je vertellen. Vooral als je weet dat je het niet gaat redden tot aan je eigen appartement dus het toilet in het restaurant moet gebruiken. Jullie begrijpen zelf vast wel waarom.

 

Ik hoopte dat ik Felipe niet zou zien, Felipe is een partner van Shopping Leblon. Met andere woorden; zijn vader en oom hebben Shopping Leblon opgericht (samen met shopping center Rio Design, shopping center Fashion Mall en nog wat shopping centers in Barra da Tijuca) en hij zit daardoor ook in het bestuur. Ik ben 2 weken geleden met hem op date geweest en dat was een “disaster”, but that’s a different story. Maar hij liep hier dus altijd rond, tot mijn grote angst.

Na de lunch (en Felipe gelukkig niet gezien te hebben) liepen we naar de bioscoop toe, die ook op de 4e verdieping was en kochten we popcorn en “Matte Leão”, een Braziliaanse Ice Tea die hier immens populair is. We gingen naar; “The Huntsman: Winter’s War”. 

Toen we eenmaal zaten bedacht ik me dat we niet hadden gechecked of deze versie de gesynchroniseerde of de originele Engelse versie zou zijn. Mijn date kwam uit Londen en sprak en verstond wel Portugees aangezien hij een expat is en hier al een jaar woont. Maar mijn Portugees echt niet goed genoeg om een gehele film te kijken in het Portugees zonder Nederlandse of Engelse ondertiteling.

Haha, mijn lievelings liedje kwam weer;

Voor elke film laat de Kinoplex bioscoop dit zien, een soort van “pre-flight safety demonstration” maar dan voor de bioscoop met alle regels etc. Ondanks dat ik niet alles begrijp swing ik toch altijd een soort van mee als ik dit zie. De Pathé bioscoop in Nederland heeft dit niet, haha. “Fuck, it”s cold” zei Noah. “I know, I brought two blankets, you want one?” antwoordde ik. “You brought a blanket?” vroeg hij lachend en verbaasd. “Haha, yes. Otherwise I wont’t be able to watch a movie here they always put the airconditioning way too high“. En zo gaf ik hem mijn blauwe KLM dekentje. “You’re not only pretty Emilia, you’re a genius too!” zei hij iets té enthousiast want de vrouw voor hem keek erg boos en geïrriteerd achterom. “Moet je ook een dekentje schat?” vroeg ik haar extra hard en spottend in het Nederlands. Ze keek me boos en vragend aan en maakte vervolgens een “wees stil” teken. Wel, hoe zei het deed zat het er meer uit als een “houd-je-bek teken” gelukkig konden Noah en ik er hard om lachen, haha.

Fuck! The movie is in Portuguese! No! Putain de merde! (dit Franse scheldwoord had ik geleerd van mijn Franse date waarmee ik die ochtend had ontbeten)” zei ik (ook weer iets té hard). Dezelfde vrouw die voor Noah zat keek weer achterom, maar dit keer keek ze niet boos, dit keer had ze zo’n vies lachje op haar gezicht. Zo eentje van; “haha. lekker voor je”. I guess it’s true what they say; wie het laatste lacht, lacht het best. 

Bitch.

​A belly is a belly, and a belly is not cute. Only if you’re pregnant, than it’s an excuse.

“Oké, ik heb alles” dacht ik. Onderweg naar de kassa’s hoopte ik dat het dit keer niet zo hectisch zou zijn. But who was I kidding? And again, ja hoor, dat wordt weer +/- 20 minuten in de rij staan terwijl de caissières op hun gemak en zonder schaamte op hun telefoon zaten, aan het praten waren met anderen en gewoon totaal ongeïnteresseerd hun werk deden. Niet dat ik het ze kwalijk neem trouwens, met een minimum salaris van rond de 1000 reaal (250 euro) per maand zou ik het ook allemaal niet zo serieus nemen denk ik. Gaat ook nergens over dat bedrag, maar dat is een ander verhaal.

Na 10 minuten wachten achter een vrouw die al haar relatie problemen nogal luidruchtig via WhatsApp voice berichten met haar vriendin(?) deelde deden mijn oren onderrand een beetje pijn. Mijn Portugees is niet perfect maar volgens mij had ze het over “zijn ballen afhakken” en “het haar afknippen van de hoer waarmee hij was vreemdgegaan” Dat is ook weer iets typisch Braziliaans en totaal niet-Nederlands; voice berichten versturen via WhatsApp. En ook echt over de meest persoonlijke en gênantste dingen. Ik heb in de tijd dat ik hier ben al zoveel mensen heel persoonlijk leren kennen, zonder dat ik ze uberhoupt kende, als je begrijpt wat ik bedoel. Ik kan me toch echt niet voorstellen dat ik in de rij bij de Albert Heijn dit soort gesprekken te horen krijg en ook echt op een harde toon zodat iedereen het kan horen. En als dat wel zou gebeuren dan zou iedereen daarvan opkijken en misschien de persoon in kwestie zelfs filmen om het vervolgens op YouTube te zetten. Nee, hier in Brazilië niet, hier is dit gewoon.

Aangezien er geen voortgang in kwam besloot ik een andere rij op te zoeken, jammer genoeg waren ze allemaal even lang. Wat me ook irriteerde is dat alle caissières hier alle boodschappen ook inpakken samen met een speciale “boodschappen inpakker”. Ik bedoel van, oké. Dit hebben we in Nederland ook absoluut niet, iedereen pakt lekker gewoon zijn eigen boodschappen in. Gaat ook veel sneller. En ze doen dan alles ook nog eens in 2 plastic tasjes in plaats van 1 plastic tasje, wat betekend dat ze om elk plastic tasje een ander plastic tasje heen doen. En ze vullen de plastic tasjes niet vol dus wat in Nederland in 1 grote Albert Heijn tas gaat, gaat hier in 10 kleine plastic tasjes, maar dan dus eigenlijk 20 kleine plastic tasjes. Volg je het nog? Ja, nee, ik dus ook niet. Dit bedoel ik dus. Onnodige tijdsverspilling.

Ik besloot uiteindelijk in de “caixa preferencial” te gaan staan. Ik had eerst heus de “snelle” kassa’s geprobeerd, maar daar zat ook totaal geen voortgang in. De “caixa prefencial” is bedoeld voor ouderen, zwangeren, invaliden en/of mensen met een baby bij zich. Ik wist dat het niet netjes was maar ik deed het toch, ik had er gewoon geen energie meer voor. Ik was ongesteld, ik had buikpijn en ik moest nodig plassen.

Placa-adesiva-Atendimento-Preferencial

Ik schoof dus achter de rij aan (die twee keer zo kort was als alle anderen) met mijn mandje. Ik bedacht dat als iemand zou zeggen dat ik in de verkeerde rij rond, ik zou gebaren dat ik zwanger was. Ik wist niet precies hoe ik dat in het Portugees moest zeggen, maar het gebaar “dikke buik” moest iedereen toch wel snappen leek me.

En ja hoor, de mevrouw, achter de meneer die achter mij stond, vroeg mij (in het Portugees) waarom ik in deze rij stond. Dus ik gebaarde; “dikke buik”. De mevrouw van rond de 60+ in haar roze gym pakje van Nike keek me vragend en verward aan. “Jij bent niet zwanger!” riep ze boos en zwaaiend met haar vingertje naar mij. Ik begreep wat ze zei dus ik zei; “sorry, I don’t speak Portuguese” waarna zij zei; “You are not pregnant, you can not be in this line!”. Wat zullen we nou krijgen? Gaat deze oma mij nu serieus vertellen dat ik sta te liegen? Oké, ja, ik loog ook. Maar, even serieus; wat als ik écht zwanger was en ik gewoon een van die vrouwen was die maar een heel klein buikje kregen? Dan wordt je toch helemaal gek als je dit gezeik krijgt elke keer als je in de supermarkt wilt afrekenen? De brutaliteit zeg! Ondanks het feit dat ik wist dat ze gelijk had kon ik haar gewoon geen gelijk geven, ze was gewoon zo, zo, zo arrogant. In haar fel roze Nike pakje, opgespoten gezicht en Louis Vuitton Neverfull shopper. Nee, ik weet niet precies wat het was maar ik ging niet gebukt voor haar. “Are you fucking serious? Do you need to see the doctors report? Some people don’t get a big belly when they are pregnant, you stupid old woman!” zei (schreeuwde) ik terug. En ja, daar was het weer, “woorden-kots”. En nu waren de poppen aan het dansen want nu begon iedereen zich ermee te bemoeien. De man achter mij nam het op voor oma Barbie, de man voor mij nam het op voor mij. De man daarvoor vroeg me “waarom ik maandverband nodig had als ik zwanger was”, wijzend naar de maandverband in mijn mandje (heel scherp trouwens) Waarop ik (met een enigszins blozend hoofd) heel snel antwoordde dat de maandverband niet voor mij was maar voor mijn zus. Waarop oma Barbie weer schreeuwde dat ik een leugenaar was en dat “Europeanen altijd maar denken dat ze met alles weg kunnen komen in Brazilië”. Waarop de caissière hevig knikte en waarop ik weer antwoordde dat ik niet Europeaans was maar Israëlisch. Waarop oma Barbie mij weer een leugenaar noemde, waarop ik haar in het Israëlisch begon uit te schelden. Waarop zij (en alle anderen) stil werd(en). Waarop ik eindelijk aan de beurt was bij de kassa. Pfff eindelijk, ik heb het overleefd dacht ik. Maar dat had ik fout gedacht; oma Barbie zei namelijk tegen mij; “You are not pregnant, but you are fat”. Met zo’n gezicht van; “Bitch, dan heb ik toch nog het laatste woord”. “And you can visit your plastic surgeon as many times as you want, you will never become pretty again because your face looks like the ass of my cat” zei ik vervolgens. Ik heb trouwens geen kat, maarja ik moest toch wat. De vrouw keek me gechoqueerd aan en begon vervolgens over mij te klagen bij “team oma Barbie”. Ik rekende af, bedankte de caissière (voor wat precies weet ik eigenlijk niet, ze was tenslotte “team oma Barbie”) en liep naar de uitgang met een enigszins blozend hoofd. Dit kon ik voelen, mijn wangen voelde namelijk warm (heet) aan.

Terwijl ik terug naar mijn appartement liep dacht ik aan iets van vroeger; een liedje. Een liedje dat mijn moeder altijd zong wanneer ik zei dat ik naar de MC Donalds of iets dergelijks wilde.

A belly is a belly, and a belly is not cute. Only if you’re pregnant, than it’s an excuse“.

Het is een wonder dat ik geen eetprobleem heb ontwikkeld. Ik kreeg een lach op mijn gezicht, niet omdat dit liedje zo grappig was maar omdat ik me iets anders herinnerde; het was groep 3/4, ik moest een jaar of 7/8 geweest zijn. Ik was met vriendinnetjes aan het spelen op het schoolplein in de pauze en toen kwam Nathalie (een klasgenootje) aangelopen. Ik weet nog precies hoe ze eruit zag; een schattig, iets te dik meisje, donkerbruin haar en altijd een rood diadeempje in, zoals Sneeuwwitje. Ze vroeg of ze met ons mee mocht spelen, waarop ik antwoordde “nee”. Waarop zij vroeg; “Waarom niet?” Waarom ik antwoordde dat ze dik was, gevolgd door, ja je raadt het al; “A belly is a belly, and a belly is not cute. Only if you’re pregnant, than it’s an excuse“. Nathalie rende huilend weg, waarna de juf mij vroeg waarom ik had gezegd wat ik had gezegd en wie mij dit liedje had geleerd. “Mamma” antwoordde ik.

Binnen 30 minuten zat mijn moeder op het kantoor van de school directie.

Mijn moeder heeft het liedje daarna nog wel eens gezongen als ik weer eens trek had in iets ongezonds of niet wilde gaan sporten of iets dergelijks, maar ik heb het nooit meer herhaald.

Allebei hetzelfde, maar niet gelijk. Part II/II. (NL)

Blog 6 (vervolg blog 5)
3 Mei 2016

sk

Sander had het naar zijn zin, hij genoot. Hij had pretoogjes en zijn wangen bloosde een beetje. En daarvan genoot ik weer. Het was trouwens ook volle maan (die foto die is helaas niet goed gelukt). En wat voor een. Een prachtige, net boven de zee, volle maan. We keken ernaar, genoten ervan met volle teugen en voelde ons “blessed” om hier te zijn. Tussen al deze mensen, prachtige muziek, 23:00 ’s avonds maar nog steeds 28°. Zelfs al kende we niet alle liedjes – laat staan Sander, die spreek al helemaal geen Portugees – we gingen er gewoon in mee, dit land doet iets met je. Je hoeft de tekst niet te kennen, je neuriet en beweegt gewoon mee met iedereen. “Fuck it” dat je de tekst niet kent. “Fuck it” dat je niet kan dansen. “Fuck it” wat andere mensen denken. Zoiets.

Rechts van ons zaten 3 oudere donkere mannen van 60+ aan een tafeltje. Ze bestelde allemaal whiskey. Ze waren lid van de samba school “Salgueiro” http://www.salgueiro.com.br/ Dat zag ik aan hun kleding met daarop het logo. Hoogstwaarschijnlijk woonde ze in een van de 800(!) favela’s die Rio de Janeiro heeft. Ik denk in eentje hier dichtbij. En nee, ik zeg dit niet omdat ik “superficial” ben. Ik zeg dit omdat dit anno 2016 nog steeds de harde (onrechtvaardige) realiteit is. Blank is rijk. Donker is arm. Ik ben zelf ook wezen kijken bij de samba school “Salgueiro” (was echt een geweldige ervaring) en ik heb daar ook met een aantal mensen gesproken die daar dansen en zoals deze oude heren de muziek instrumenten bespelen. En er was niemand die niet in een favela woonde. Wat ik mooi vond om te zien was dat er naast hun een tafeltje zat met 3 oudere blanke mannen uit (overduidelijk) Texas, aan hun uiterlijk te zien (lees; alle 3 cowboy laarzen en cowboy hoeden) en woordkeuze (“aren’t y’all happy to be here?!”) te horen. Deze mannen uit Texas praatte geen woord Portugees dus vroegen met een soort van gebarentaal aan de 3 Braziliaanse heren hoe er op deze muziek gedanst moest worden. Waarna een van de 3 Braziliaanse heren meteen opstond om het een van hen voor te doen. En daar gingen ze, met z’n twee, zonder dat ze dezelfde taal spraken danste ze met elkaar. Of ja, dansen, de Braziliaan wel ja, de ander deed een poging tot haha. Maar wat zo mooi was, is dat het niets uitmaakte. Hij wilde dansen dus hij ging, hij liet zich door niets en niemand tegen houden. En daardoor genoot niet alleen hijzelf, maar ook ik, en Sander en alle andere mensen die ik met een glimlach van hun zag genieten.

Links van ons zat een jong gezin, moeder, vader en dochtertje van rond de 10. Het meisje was aan het spelen op haar Ipad toen er net een jongetje voorbij kwam van dezelfde leeftijd om spullen (sigaretten, kauwgum etc.) te verkopen. Dat is hier overigens heel normaal, er lopen hier in Rio de hele dag kinderen rond restaurants, bars etc. rond om dingen te verkopen. Belachelijk vind ik het en ik ben er nog steeds niet aan gewend. Zoiets gebeurd gewoon niet in Maastricht, of waar dan ook in Nederland. Ik koop ook nooit iets omdat ik weet dat het geld niet naar hunzelf gaat maar naar de ouders die het waarschijnlijk opmaken aan drank en drugs. Krijgt het liedje van “Lil Kleine” toch meteen een andere betekenis.

Maar dit gezin hoorde zijn verhaal van ongeveer 2 minuten (met een trieste blik) aan en besloot een pakje kauwgom te kopen. Omdat ze hem zielig vonden, dat weet ik zeker. En dat begrijp ik. Het meisje speelde niet meer op haar Ipad maar bestudeerde hem. Toen hij haar aankeek, lachte ze verlegen. Hij lachte terug. Hij keek vervolgens naar de “bolinho’s de bacalhau” (viskroketjes die erg populair zijn in Brazilie) op tafel en vroeg of hij er eentje mocht. De moeder van het meisje zei ja, met een moederlijke triestheid over zich, zo van; “ik vind het zo erg voor je”. Ze gaf hem vervolgens het hele bord. Het meisje keek hem glimlachend aan en vroeg of het lekker was. “Ja, heel lekker” antwoordde hij.

Toen hij klaar was, zei hij tegen haar; “kom ik wil je iets laten zien” Hij pakte iets uit zijn mand met spullen die hij verkocht, een zwarte glibberige muis. “Kom!” zei hij. Het meisje volgde hem. Niet ver overigens, zo’n 5 meter van haar ouders (en mij en Sander) vandaan. Hij sloeg de muis tegen de muur van de keuken aan. De muis rekte daardoor uit en werd 10 keer zo groot, plus maakte hij een grappig piep geluidje. Ze moesten er allebei om lachen.”Mag ik nu?” vroeg ze. Het jongetje gaf haar de muis en zo speelde ze samen lachend nog ongeveer 20 minuten door. Ik vond het mooi om te zien en ik genoot ervan, Sander en haar ouders ook.

Maar toen realiseerde ik me iets wat me direct hardnekkig terug naar de realiteit bracht; “hij is aan het werk”. Voor mijn neus speelde twee prachtige kinderen samen. Een meisje en een jongetje, allebei rond de 10. Allebei twee armen, twee benen. Allebei een prachtige lach, allebei kind. Maar niet helemaal. Ze zijn misschien allebei hetzelfde, maar ze zijn niet allebei gelijk. Zij is een kind en mag ook echt een kind zijn. Hij is een kind maar is allang geen kind meer. Hij is aan het werk, om 23;00 ’s avonds, als een volwassenen. Ik kreeg er spontaan tranen in mijn ogen van. Dit is wat haar moeder voelde, dit is waarom ze hem zo aankeek met een “moederlijke triestheid”. Hij had haar kind kunnen zijn, haar dochter had hem kunnen zijn.

Sander vroeg me of ik “oke” was, ik legde hem uit wat ik mij zojuist had gerealiseerd. “Ik dacht precies hetzelfde” zei hij. “Sander? Denk je dat het goed met hem komt?” vroeg ik hem, in de hoop dat hij “ja” zou zeggen. “Ik hoop het. Ik hoop het echt” antwoordde hij.

Allebei hetzelfde, maar niet gelijk. Part I/II. (NL)

Blog 5
3 Mei 2016

Daar zaten we dan, Sander en ik. Sander was piloot bij de KLM. Ik had hem ontmoet via Tinder. Sander is stiekem een beetje verliefd op mij volgens mij. Hij is knap, dikke bos donkerbruin haar, grote bruine ogen, maar helaas is het niet wederzijds. Zou wel meteen de oplossing voor al mijn problemen zijn. Een goed hart (in de zin van; een goed persoon), goed gevulde bankrekening, goede genen. Is het erg dat ik dat zeg? Nee, ik denk het niet. Het zou erg zijn als ik hem om deze redenen zou gebruiken en dat deed ik niet, ik was heel duidelijk. Bij de KLM kan je een aantal keer per jaar een vlucht aanvragen en hij had er al een aantal in korte tijd aangevraagd naar Rio de Janeiro om mij te zien. Super lief. Hij en de crew van KLM verblijven altijd in het Royal Tulip hotel in Sao Conrado. Dat ligt tussen Leblon en Barra da Tijuca. Ongeveer 10 minuten van mij af (Leblon) met de auto. 

We waren heerlijk aan het eten in een heel romantisch restaurant in Santa Theresa; “Aprazivel”

apr3

Thé place to be voor tortelduifjes of als je gewoon een onvergetelijke avond wilt hebben. Het prachtige uitzicht vanuit de berg is magical at night. En de tafels in de boomhutten geven het gevoel alsof je in een resort in Bali bent. Ook het eten is goed, Braziliaanse keuken.Al vind ik de toetjes tegen vallen. Ik drink zelf niet echt koffie, maar volgens Sander was die ook niet echt goed. Vreemd eigenlijk, ik hoor wel vaker dat de koffie hier in Brazilië niet goed is en van een land waar de koffiebonen vandaan komen zou je toch anders verwachten. Blijkbaar wordt alles geëxporteerd en houden ze voor verkoop in eigen land dus niks meer over. En wil je dan toch een goede kop koffie dan betaal je dus blijkbaar meteen de hoofdprijs. Stom. 

Na een heerlijke maaltijd en een iets minder lekker toetje besloten we nog een drankje te drinken bij Praia SKOL 360°, een strandtent aan de boulevard van Copacabana waar ze ’s avonds live muziek spelen. De taxi dienst van het hotel bracht ons erheen. Het was dezelfde man die me de laatste keer reed toen ik een beetje te diep in het glaasje had gekeken en de gehele rit liedjes van Kobi Peretz aan het zingen was. Kobi Peretz is een Israëlische zanger en aangezien ik half Israëlisch ben (mijn moeders moeder is Israëlisch en mijn moeders vader is Braziliaans, weliswaar afstammeling van Portugal) en hij mijn favoriete Israëlische zanger is kan ik mezelf nou eenmaal niet helpen soms. Maar dit keer had ik niets gedronken dus bleef ik rustig. Was hij waarschijnlijk ook wel bij mee want de vorige keer was hij bloed chagrijnig. 

Eenmaal aangekomen bij de strandtent was het bomvol,”yes!” zei ik enthousiast. “Wat?” vroeg Sander lachend. “Deze zangeres is echt top, ik ken haar nog van de vorige keer” antwoordde ik. Een medewerker begeleidde ons naar een tafeltje dat net vrij was gekomen, ongeveer 5 tafeltjes bij de zangeres vandaan. “Een Skol biertje dan maar hé” grapje Sander. “Haha, echt hé. Doe mij maar een caipirinha met wodka” antwoordde ik terug. “Nu alleen nog hopen dat iemand ons ziet” grapte ik terwijl ik mijn arm in de lucht hield om de bestelling op te laten nemen. Dat is namelijk ook weer zoiets stoms hier; service in restaurants en bars etc. Desondanks het feit dat ze altijd en overal hier in Brazilië met 3 keer zoveel man staan als in Nederland, krijgen ze het toch voor elkaar om een shit service te leveren. Of ze praten met elkaar, of ze doen alsof ze je niet zien, of ze zitten op hun telefoon(!). Zelfs in de supermarkt achter de kassa(!). Maar dat is echt iets dat je moet accepteren als je hier langere tijd wilt blijven zonder elke dag gefrustreerd en/of agressief te worden, want geloof me, dat wordt je anders echt. Hé, eindelijk, er kwam iemand aan.

Onze drankjes waren er en Sander en ik genoten van de muziek. “Oh! Oh! Dit is mijn lievelings!” zei ik half schreeuwend en klappend in mijn handen met een grote enthousiaste smile op mijn gezicht. ze zong het hele fijne lied; “Sorri, Sou Rei” van Natiruts (Braziliaanse band)

“Ja, nu! Nu komt het!” zei ik terwijl ik al kippenvel op mijn armen kreeg. 

(Refrein)

Quando você se foi
Choreeei, Choreeei, Choreeeei
Agora que voltou
Sorri, Sorri, Sou Rei

Prachtig vond ik het, werkelijk iedereen die dit lied kende (en dat was ongeveer 95%), zelfs de mensen die op de boulevard langsliepen, zongen uit volle borst én met die “Braziliaanse sense of feeling” mee. Jongeren, volwassenen, kinderen, opa’s en oma’s. Rijk, arm. Iedereen. Niemand was gelijk en iedereen was hetzelfde. En niemand was hetzelfde en iedereen was gelijk.

Prachtig.

You are what you eat, Pig. Part II/II. (NL)

gfeBlog 4 (vervolg blog 3)
2 Mei 2016

De luxe en de geur van het nieuwe leer brachten me terug naar Nederland, wat had ik dit gemist zeg. Hier in Rio (zelfs hier in Leblon wat het “high class” gedeelte van Rio is) zijn dit soort auto’s zeldzaam tot niet te zien. Het meest luxe wat je hier vindt is een Rangerover. Dit komt omdat 1; de belasting over auto’s belachelijk hoog is 2; de belasting over alles wat geïmporteerd wordt belachelijk hoog is 3; de kans heel groot is dat je wordt overvallen als je in zo’n auto rijdt. Maar wat ik minder prettig vond was zijn rijgedrag. De man reed ten eerste veel te hard en met veel te veel geluid en ten tweede reed hij helemaal om. We zijn gewoon serieus van Leblon naar het begin van Copacabana gereden om vervolgens weer opnieuw via de boulevard aan het strand (maar dan aan de andere kant) terug te keren. “Show” dit was allemaal show. Echt om ziek van te worden gewoon. Hij wist natuurlijk dat hij de aandacht had van iedereen. Daarom besloot ik er dus ook vooral niks over te zeggen. Zo van; “wat gaan we hard zeg, haha” Pfff, echt niet. Ben geen aandachtsgeil groupie ofzo, doei. Had nu al genoeg van hem. Ook de manier hoe die naar me keek, hij kleed me basically uit met zijn ogen. Ja, hij was natuurlijk gewend dat hij alles en iedereen kon krijgen met zijn centjes en zijn naam. Was die bij mij dus even goed aan het verkeerde adres. Patser. Eenmaal aangekomen reed de Valet parking zijn auto weg. “Doe je voorzichtig” grapte Stefano naar hem met een vette knipoog. “Oh God, dit wordt een lange avond” dacht ik bij mezelf.

Oké, we zitten. Ik mocht hem dan wel vreselijk vinden, hij had wel smaak qua eten. Dit was een van mijn favoriete restaurants hier. Een schattig klein Frans restaurant met een bourgondisch interieur, goed eten, goede wijn en een hele dure menu kaart niet te vergeten. Ik wist natuurlijk allang wat ik wilde want ik kwam daar wel vaker en autistisch als ik ben (niet letterlijk bedoeld, of wel(?) soms weet ik het zelf ook even niet meer) houd ik niet van verandering. Ik koos de steak tartaar, de tournedos met roquefort saus en mijn lievelings toetje; “profiteroles praliné” met andere woorden; ijs met daaroverheen warme nutella gegoten. Hmmm het water loop er weer van in mijn mond. Hij koos vervolgens precies hetzelfde. Hij zei dat als ik zó enthousiast kon zijn over eten het wel erg goed moest zijn. Alleen zijn voorgerecht was anders; een of ander Frans gerecht met varkensvlees.

Terwijl de rode wijn werd ingeschonken door de garcon merkte ik dat zijn ogen mij wéér aan het uitkleden waren. En daar bleef het niet bij, dit keer pakte de man ook nog eens mijn hand vast. What the fuck?! Ben jij wel lekker bij je hoofd gladjanus?! Dacht ik bij mezelf. Maar dat liet ik natuurlijk niet zien, niet voordat ik gegeten had natuurlijk. Dus heel snel trok ik mijn hand weg – met een enigszins ongemakkelijk lachje – en sloeg ik een pluk haar achter mijn oor. Waarna ik mijn handen vervolgens onder de tafel zou houden. Hij vertelde me over zijn werk, zijn familie en zijn auto. Hij ratelde maar door en door. Op een gegeven moment kapte ik hem midden in het gesprek af; “So, what is your favorite book?” vroeg ik hem. “My favorite book?” “Ehm, I don’t know, I don’t have much time to read with my work you know” antwoordde hij. “But tell me, how come a beautiful girl like is single?” vroeg hij vervolgens. “Well, I guess I’m hard to handle” antwoordde ik half sarcastisch half verveeld. “Well, I like the wild ones” antwoordde hij terwijl hij me weer met een geile blik aankeek terwijl hij een slok wijn nam. Ik kotste figuurlijk in mijn mond.

Finally, het eten was er. Terwijl hij door en door ratelde concentreerde ik mij vooral op het eten en keek ik hem glimlachend aan maar luisterde ik niet. Na ongeveer anderhalf uur aan het woord te zijn geweest en het gesprek steeds in een seks gerelateerde richting te willen duwen (wat ik overigens steeds abrupt afkapte natuurlijk) moest hij naar het toilet. Ik dacht nog; zal ik nu gewoon weg gaan? Nee, hij wist waar ik woonde ik was bang dat hij me zou komen opzoeken om verhaal te halen. Dit soort Braziliaanse macho mannetjes zijn geen afwijzing gewend. Wel gebaarde ik naar de ober om de rekening te brengen. Bij terugkomst van het toilet betaalde hij en terwijl hij zijn kaarten terug stopte in zijn – met groene briefjes van 100 reals – overvolle portemonnee (die hij maar al te graag overduidelijk liet zien) zei hij; “So, what’s next? Your place or my place? I would like to discover this wild Dutch side of yours” met wéér die geile blik in zijn ogen. “Ehm, I’m sorry?!” vroeg ik half gechoqueerd half beledigd. Had deze idioot dan echt niet door dat ik totaal niet geinteresseerd was in hem of wat?!

Ik had het eigenlijk gewoon gehad en voordat ik het door had kwam het; “woorden-kots”. “Now you listen to me you arrogant prick, first of all I never said I was wild I said I was difficult. And second, I am going home and I am going home alone. And I prefer it if you never contact me again”. Hij keek me aan alsof hij een spook had gezien, dit was hij natuurlijk niet gewend. En al helemaal niet om en plein public vernederd te worden. “Are you serieus? I take you out for dinner and this is how you behave?” zij hij met een boos klinkende stem. “Am I serious? Are you fucking serious? Does every girl you take out for dinner sleep with you? Maybe that’s why your in your thirty’s and still single, you shameless pig!” De obers, de manager, de gasten, iedereen keek ons met open mond aan. Ik voelde dat ik begon te blozen. Mijn hartslag was snel, ik was zo boos. Wie dacht hij wel niet dat hij was?

Terwijl ik opstond om weg te gaan zei de man die naast ons zat te eten met zijn dochter(?) “Good for you. You are right!” en gaf hij me een knipoog, niet zo eentje als Stefano de Valet parking gaf maar eentje die een soort van vaderlijke liefde uitstraalt. “And you, shame on you! You are a bad representation of Brazilian men” zei hij tegen Stefano terwijl hij met een corrigerende vinger en een boos gezicht naar hem wees. Ook knipoogde de manager naar me die bezig was twee tafeltjes verder de wijn in te schenken. “Pfoe, dat is fijn. Dan kan ik hier tenminste nog terug komen” dacht ik bij mezelf.

En zo liepen ik, mijn doggybag, mijn blozende wangen én mijn rechte rug het restaurant uit. En Stefano? Dat weet ik niet, ik heb niet meer achterom gekeken. Wel hoorde ik na een paar minuten een auto heel hard optrekken en heel hard wegrijden. Hij zal vast niet hebben geweten hoe snel die weg moest komen.

You are what you eat, Pig. Part I/II. (NL)

gfeBlog 3
1 Mei 2016

Ik had een date vanavond. Om 19:00 uur werd ik opgehaald door Stefano. Stefano is 50% Braziliaans en 50% Italiaans en is strafrecht advocaat in het advocaten kantoor van zijn vader. Zijn vader is de Bram Moszkowicz van Brazilië en Stefano is zijn beoogde opvolger met een CV aan schandalen (ben ik zojuist achtergekomen via Google) Hij is een kruising tussen een gelikte crimineel en iemand met (te)veel gevoel voor mode. Hij doet me denken aan Stefano uit GTST (de zoon van Ludo Sanders die momenteel in New York(?) zit) Stefano belde om te zeggen dat hij voor mijn deur stond. Normaal gesproken (via Tinder) geef ik altijd het gebouw naast mijn gebouw op. Voor het geval dat het een complete psychopaat is. Maar ik had hem ontmoet in de supermarkt en we zijn toen samen terug gelopen aangezien hij om de hoek van mij moest zijn. Dus hij wist al waar ik woonde.

Terwijl ik de lift uitliep in de lobby stond er me toch een auto voor de deur. Ik weet niet meer het exacte model etc. (ondanks hij het me niet vaak genoeg kon vertellen) maar het was in ieder geval een Porsche sportauto met een zieke uitlaat. Het deed me denken aan de auto van mijn ex-vriend toen hij nog voetbalde in Nederland. “Hello beautiful” zei hij terwijl hij heel gelikt leunend tegen zijn auto aan stond met zijn armen en benen gekruist. “Nee he” dacht ik. “Toch niet (weer) zo’n type” Toen ik hem in de supermarkt ontmoette had hij sport kleding aan, plus een Rolex, dat dan weer wel. Maar hij zag er gewoon “normaal” uit en zijn auto had ik niet gezien. Maar nu, mijn hemel. De man zag eruit alsof hij net terug kwam van een fotoshoot voor “suitsupply”, met een hele pot gel in zijn haar en veel te veel parfum op. “Terre de Hermes”, dat dan weer wel. Dat is namelijk mijn lievelings geurtje voor mannen. “Zouden we dan toch wat gemeen hebben?” dacht ik. Helaas wist ik ook meteen dat het antwoord hoogstwaarschijnlijk nee was. Anyways, ik ging écht niet afzeggen. Want dat zou betekenen in plaats van goed eten; een bakje rijst met bonen. En rijst en bonen? Dat lust ik niet.

“Let’s go?” zei ik al lopend. “Lopend?” vroeg hij me verbaasd. “Ja? Wat dacht jij dan? Het restaurant is hier om de hoek”. Zei ik. Ja maar ik wil mijn auto graag voor het restaurant hebben antwoordde hij. “Ehm, oké”. Zei ik terug. Eenmaal in de auto trok hij hem toch een partij op. Pfff wat een geluid. En weg waren we. Ik zag nog net twee medebewoners vanuit mijn lobby met open mond naar ons kijken klaar om hun hondjes uit te laten.

“Een” of “Mijn”? (NL)

Blog 2
1 Mei 2016

Terwijl ik half in mijn strandstoel lag onder mijn parasol keek ik voor mij uit. De zee, de eilandjes verderop. De warmte en het zachte briesje, heerlijk. Rust. Hierom hield ik zo van dit strand. Het strand in Leblon (Post 11 & Post 12) is gewoon rustig. Niet de gekkigheid en het lawaai dat je hebt op Copacabana of Ipanema. Daar zitten namelijk alle jonge “hippe” mensen, de toeristen en daardoor de prostitué’s en criminelen. Met andere woorden; “rumoer”.

poifg2

Aangezien ik nog niet had gegeten hield ik de doggy bag tevoorschijn van gisteren. Warm eten om 10:00 uur ’s ochtends. “Welja het is beter dan niks natuurlijk” ging er door mijn hoofd. En zo was het. Tenminste, het was niet echt warm meer. Ik had geen magnetron of oven om het in op te warmen dus ik at warme “leftovers” altijd koud. Welja er was wel een magnetron en een oven in het appartement waarin ik een kamer huurde maar als je zou weten hoe beiden eruit zagen (die hele keuken trouwens) dan begreep je wel waarom ik die niet gebruikte. Terwijl ik at genoot ik van het uitzicht voor me.

Er liep een vrouw +/- eind 20 naar het water met haar baby in aan haar armen. De zee was rustig vandaag, dus ze liep de zee in tot haar knieën. Spelend en lachend met haar baby terwijl ze haar ruggetje en hoofdje met wat water nat maakte. Maar niet zomaar, nee, op een manier die zo “lief” was. Alsof haar handen van fluweel waren en ze haar baby zo zachtjes mogelijk wilde nat maken. Mooi, vond ik het. Mooi hoe ze naar haar kindje keek. Mooi, hoe verliefd haar ogen stonden, anders dan verliefdheid naar een man – of vrouw – viel me op. Mooi, hoe zelfs ik – een paar meter verderop – kon zien en vooral voelen dat dit liefde was. Onvoorwaardelijke liefde. Liefde die nooit over zou gaan. Dit was als een leeuw die over haar jong waakt en niks of niemand tussen haar en haar zuigeling in laat komen. Dit was een moeder.

“Ik mis een moeder” waren de woorden die ik zachtjes hardop zei terwijl ik de tranen uit mijn ogen wreef onder mijn grote donkere zonnebril vandaan. Ik bedoel ik kon hier natuurlijk niet een potje gaan zitten janken op het strand. Maar toen realiseerde ik me pas wat ik precies had gezegd en wat hieraan niet klopte. Ik mis een moeder. Terwijl het moest zijn; ik mis mijn moeder. Eventjes was ik erdoor verstijfd en ook best geschrokken. Ik had er namelijk nooit op deze manier bij stil gestaan en deze realisatie maakte me nog verdrietiger dan dat ik van binnen al was. Ik miste een moeder, niet mijn moeder maar een moeder. Ik had nooit het gevoel gehad dat mijn moeder was als een moeder moest zijn en dus kon ik haar ook niet missen in die zin. In de zin van onvoorwaardelijke liefde en vertrouwen. Onvoorwaardelijk liefde heb ik nooit van mijn moeder gehad en vertrouwen heeft mijn moeder mij nooit gegeven dus deed ik haar ook niet. En deze twee dingen waren precies wat ik miste en zo hard nodig had. Niet alleen nu, maar eigenlijk al 23 jaar lang. Ze hield vast van me, op haar eigen manier. Maar die manier was niet de juiste, niet zoals het hoort en ik had er niks aan. Er was geen diepgang, geen eerlijkheid en vanaf het moment dat mijn ouders waren gescheiden en zij opnieuw trouwde met haar 3e man stond hij op de eerste eerste plaats. Ik vroeg haar weleens; als David en ik allebei aan de top van de berg hangen en jij kan één iemand redden, wie zou dat dan zijn? Waarop ze altijd zei “doe even normaal”, als ze uberhoupt al iets zei. Soms liep ze gewoon weg. Maar ze hoefde niks te zeggen. Ik wist het antwoord allang.

Ik had dus ook een oppervlakkige relatie met haar. Want ja, wat je geeft is wat je krijgt.
Ik kan het dan wel teruggeven; diepgang, eerlijkheid etc. maar wat had ik daaraan? Ik kreeg het namelijk toch niet terug. Er zijn momenten geweest dat ik dit overigens wel heb gedaan. En vervolgens dus niks terug kreeg. En dat voelde als een enorme afwijzing. En afwijzing maakt onzeker, in mijn geval al helemaal. Daarbij denk ik dat er maar een bepaalde hoeveelheid afwijzing is die een mens kan verdragen totdat het besluit datgene dat hem of haar die afwijzing geeft niet meer te doen. Zelfbescherming. Ja, dat is het woord daarvoor.

Terwijl de moeder en haar baby werden de zee uit liepen at is rustig verder. Denkend aan waar ik zojuist aan had gedacht. Een beetje verdrietig, maar ook blij. Blij omdat dit soort dingen mij blij maken, blij omdat ik zojuist weer eens heb mogen genieten van een mooi geluksmomentje – ook al had dat niets met mij persoonlijk te maken -. Blij om te zien dat het ook anders kan dan hoe het bij mij ging. “Hoop”. In één woord, hoop.

Lang leve de “doggybag” (NL)

Blog #1
30 April 2016

“Gelukt, vanavond weer een date, dus fatsoenlijk eten” dacht ik. We hadden om 19:00 uur afgesproken bij het restaurant en aangezien het nu 17:30 was besloot ik nog even een dutje te doen.

Eenmaal bij het restaurant aangekomen realiseerde ik me dat ik zijn naam geen eens wist. Het Tinder profiel gaf het wel aan en op WhatsApp had hij zijn naam ook nog genoemd maar ik was het gewoon helemaal vergeten. Niet dat dit heel raar was aangezien dat 9 van de 10 keer het geval was als ik op date was (het ging me echt voornamelijk om het eten en daarbij had ik elke dag minimaal 1 date dus ik hield dat allemaal gewoon niet meer bij). “Pietje, ik noem hem voor nu Pietje”. Dacht ik (zo begroette ik hem overigens niet natuurlijk)

Eenmaal zittend aan tafel zag ik dat de ober die ons bediende – tevens de manager – mijn “date” eventjes aankeek om te zien “wie ik nu weer had meegenomen” terwijl hij mij welkom heette. Wat ook niet raar was aangezien ik al bijna 30 keer in dit restaurant was geweest voor lunch of dinner in korte tijd (elke week minimaal wel twee keer) en altijd met een andere man (die ook altijd de rekening betaalde). Echter behandelde hij – of de andere obers daarentegen – mij niet onaardig of onbeleefd. Ik denk ook oprecht dat ze me mochten omdat ik altijd een praatje met ze maakte en ze ook oprecht aardig en beleefd behandelde. Gewoon, op hetzelfde “level” als ik iedereen behandelde. Ze vonden mijn Nederlandse direct- en eerlijkheid volgens mij wel “leuk”, “verfrissend”Anders dan de gemiddelde Braziliaan met geld, vooral hier in Leblon.

Terwijl mijn date tegen me aan het praten was over zijn werk bij de Deutsche Bank etc. liep er een jongeman +/- 25 jr. langs zonder armen, bedelend om geld. Hij was een bekende hier in Leblon, hij bedelde hier elke dag. Zijn armen zagen eruit alsof ze waren afgehakt aangezien hij ongeveer nog de helft van zijn bovenarmen had. Ik vroeg me altijd af hoe hij at, dronk of naar het toilet ging. Ik zei hem wat ik altijd zei in dit soort situatie’s; “nee, sorry” terwijl hij aan onze tafel stond. Hij keek Pietje nog een keer aan, hopend dat deze “gringo met geld” hem wel geld zou geven. Maar ook hij knikte nee. Toen hij teleurgesteld zag ik dat het Pietje wat deed, hij was geraakt. Natuurlijk was hij geraakt hij was Fins en daar hebben ze dit soort taferelen niet. En zelfs ik, die hier al een tijdje zat werd hierdoor nog elke keer geraakt. Hij zei dat hij dacht dat zijn armen waren afgehakt waarop ik mij bijna verstikte doordat ik net een slok bruiswater innam. “Wat?! Nee, hoe kom je daar nou bij?!” “Zo is hij gewoon geboren hoor” Antwoordde ik gechoqueerd met hoge stem. Maar diep van binnen wist ik dat hij gelijk had, en dat wist ik al vanaf de eerste keer dat ik deze jongeman zag. Maar ik denk dat ik dat gewoon niet wilde geloven omdat het me maag zou omdraaien en me daarbij ook verdrietig zou maken. De pijn die die jongen moet hebben gehad, en de struggles die die nog elke dag heeft naast het feit dat hij al arm is en op straat leeft. Ik bedoel dat is al erg, maar om dat ook nog is te moeten doen zonder beide armen? God, ik krijg er weer een knoop van in mijn maag.

Vooral omdat ik daardoor natuurlijk automatisch dacht aan mijn eigen verleden in Nederland. Ik bedoel als ze in Nederland hetzelfde zouden doen had ik naast beiden armen ook beiden benen niet meer en wellicht mijn hoofd ook niet meer. Gewoon weg ermee, afgelopen. Maar het kan toch niet zo zijn dat je verminkt wordt wanneer je iets steelt? Zelfs wanneer er “enkel” een vinger per keer wordt afgehakt – wat nog steeds gebeurd anno 2016 in sommige favela’s hier in Brazilië – gaat gewoon te ver als je het aan mij vraagt. Of is dit juist hoe het moet en zijn we in Nederland te lief? Nee, sorry dat gaat er bij mij gewoon niet in. Het is godverdomme geen pedofilie of moord zeg, hou op.

Op het moment dat Pietje me antwoord gaf over waarom hij dacht dat beide armen waren afgehakt kwam de manager net aangelopen met het voorgerecht. “Ricardo. mag ik je wat vragen?” vroeg ik hem, vervolgd door de vraag of hij deze arm-loze man kende en of hij wist wat er met hem was gebeurd. “Afgehakt in Vidigal“antwoordde hij op een nuchter toon alsof het de normaalste zaak van de wereld was en met een knikkend hoofd – zo van; ja dat gebeurd daar – waarop mijn mond letterlijk open viel. Vidigal is een “favela” (sloppenwijk) hier naast Leblon. Overigens de enige men men van buitenaf kan binnengaan aangezien deze is gepacificeerd door politie.”Huh, maar hoezo?” “Wat bedoel je?” “Hoe weet je dat?” vervolgde ik heftig gechoqueerd. “Omdat iemand die hier werkt in Vidigal woont en hem nog kent van toen hij daar nog woonde, mét beide armen” “Maar wat is er dan gebeurd?” “Wie heeft dat hem dan aangedaan”? Vervolgde ik. “Hij woonde in Vidigal een aantal jaren geleden, toen er nog sprake was van drugs handel. En hij heeft toen ooit iets gestolen waardoor ze – de drugs bazen – een arm hebben afgehakt. Vervolgens deed hij het nog een keer en daar ging zijn tweede arm. Met een machete. Maar geef hem geld hoor, want hij is verslaafd aan cocaine” Oké, ik wist niet waardoor ik het meest gechoqueerd was, het feit dat zijn arm was afgehakt doordat hij iets had gestolen, het feit dat hij het daarna nog een keer deed terwijl hij wist wat ze met hem hadden gedaan na de eerste keer, het feit dat ze het ook daadwerkelijk hadden gedaan, het feit dat de manager dit zo nuchter vertelde alsof het gewoon normaal was, of het feit dat hij cocaine verslaafd is en snuift, zonder armen. Het eerste wat ik ook vroeg was; “maar hoe dan?” Hoe wat? Vroeg hij. Hoe snuift hij dan? Nou, ik heb het hem nog nooit zien doen maar andere mensen wel en volgens hun legt hij het op zijn bovenste stukje arm of schouder en snuift hij daarvanaf. De tering dacht ik, daar ging me eetlust. Maar eten zou ik, want dit was niet alleen mijn avondeten, ook mijn ontbijt. Lang leve de “doggybag“.